U bent hier: Actua









    Registreren
Email-adres:

Afdrukbare versie

Afdrukbare versie zonder foto's

Naar de bronnen van het Jeugdbeleid - 13-04-2005

Tijdens de vergadering van de Gemeenteraad van 22 maart 2005 verraste Monique Quirynen (Schepen van Jeugd) de vergadering met een aantal opmerkingen over het Jeugdbeleid. Zij verweet onder andere de oppositie (CD&V en Groen!) dat ze zelden of nooit opmerkingen zou maken of vragen zou stellen bij de fundamentele punten die op tafel komen over het Jeugdbeleid.

In een eerste reactie waren we slecht gezind en dat hebben we ook laten blijken. Later zijn we er echter even bij gaan zitten. We vinden de opmerking van de Schepen nu ronduit intrigerend. De Schepen vraagt immers openlijk dat de oppositie meer actief zou meedenken over een beleidsterrein. Dat is onuitgegeven!



Zélf zijn we als oppositie altijd vragende partij geweest naar véél meer fundamentele discussies over de grote beleidslijnen in de Gemeenteraad. Nu wordt daar volgens ons maar zelden ten gronde gediscuteerd. De oppositie vindt globaal dat ze te weinig informatie krijgt en dat het Schepencollege in de praktijk alle beslissingen neemt. Dit is het bekende structurele "democratisch deficit" dat voortvloeit uit een (structureel) te sterk Schepencollege en een te zwakke Gemeenteraad. Het nieuwe Gemeentedecreet zal daar hopelijk iets aan veranderen. In Merksplas heeft dit uiteraard ook nog te maken met het feit dat deze meerderheid een absolute meerderheid heeft. Goed voor de democratie is dat natuurlijk niet.

We hebben ons dan ook de vraag gesteld of de Schepen gelijk heeft met haar kritiek. Is het waar dat de oppositie te weinig meepraat over het Jeugdbeleid? Als we vanuit de CD&V (en ook vanuit Groen! -zo veronderstellen we-) kwalitatief aan politiek willen doen, moeten we zelf ook in eigen boezem durven kijken als de "achtbare tegenstrevers" ons op het inhoudelijke van ons werk bekritiseren.



Als we objectief naast mekaar leggen wat de grote lijnen van het Jeugdbeleid zijn vandaag, merken we dat de grote lijnen reeds uitgezet zijn in de periode 1994 - 2000.

In die periode veranderde er structureel iets zeer fundamenteels aan de organisatie van het Jeugdbeleid in Vlaanderen. De Vlaamse Overheid maakte toen een Jeugddecreet waarin ze een partnerschap aanging met de Gemeenten. Door de opmaak van de Jeugdwerkbeleidsplans werden de doelstellingen van de Gemeenten afgestemd op die van de Vlaamse Gemeenschap. Zowel de Vlaamse Overheid als de Gemeenten zorgen sindsdien voor de nodige financiële middelen. Belangrijk daarbij is dat daardoor véél meer geld in de diverse aspecten van het Jeugdbeleid gepompt wordt. Ook het Merksplasse Jeugdwerk is daar financieel zeker niet slechter van geworden.

In die periode werd voor het eerst een Stuurgroep opgericht die tot taak kreeg een Jeugdwerkbeleidsplan voor Merksplas te schrijven. Dat gebeurde grotendeels aan de hand van de criteria die door de Vlaamse Overheid werden aangereikt. De Stuurgroep bestond (en bij ons weten nu nog) uit mensen van het Gemeentebestuur, het Jeugdwerk en een aantal oudgedienden uit het Jeugdwerk. Het is zeer interessant te herlezen wat zij in het eerste Jeugdwerkbeleidsplan aan hoofdlijnen uitgezet hebben. Wat later ontwikkeld werd, blijkt dan grotendeels een uitwerking en verdieping te zijn van de ideeën en principes... van toen.

In de legislatuur 1995 - 2001 werden onder impuls van toenmalig Schepen van Jeugd Maria Verheyen (CD&V) een aantal zéér belangrijke zaken verwezenlijkt. Om te beginnen werd de (gemeentelijke) Jeugdraad nieuw leven ingeblazen. Er werd ook een Jeugdconsulent aangeworven. De Roefeldag en de Grabbelpas zagen het levenslicht. De Gemeentelijke Technische Dienst maakte een skate-ramp. Jeugdhuis Zigzag kreeg een eigen huis in de Kloosterstraat. De brandveiligheid van Spelewei werd verbeterd. Met de Vlaamse Land Maatschappij (VLM) werd onderhandeld over een speelbos en aan Spelewei werd een basketveld in gebruik genomen. Het speelplein in de wijk Schuivenoord werd uitgerust.

Buiten het bestek van het strikte Jeugdwerk werd er trouwens een nieuwe Kleuterschool gebouwd en werd er gepoogd een tijdelijke Kinderopvang uit de grond te stampen in het landhuis van Carons Hofke. Dit laatste project werd echter (dat mag nu wel gezegd worden) geboycot. Een ander zeer belangrijk programmapunt dat wél lukte, was de realisatie van een Consultatiepunt voor Kind en Gezin in Merksplas. Tenslotte werden de eerste aanzetten gegeven om te komen tot een fuifzaal voor de Jeugd. In dat kader werd er ook veel energie gestoken in het beheersen van de veiligheid en de overlast bij fuiven.



Na de verkiezingen van 2000 kwam de huidige meerderheid aan de macht. Wat zij van het Jeugdbeleid willen maken staat netjes op papier in het "Algemeen Beleidsplan 2001 - 2007" onder de titel "Kinderen en jongeren: de toekomst".

Daar staat onder andere te lezen dat het Jeugdwerkbeleidsplan de motor is van het Jeugdbeleid. Verder wil men de Jeugdraad ondersteunen, zorgen voor de verbetering van de behuizing van de Jeugdbewegingen (Spelewei) en het Jeugdhuis (Zigzag) en wil men de diverse activiteiten voor de Jeugd verder op punt zetten. Kadervorming in het Jeugdwerk is ook een belangrijke prioriteit.

Van al deze doelstellingen is het meeste op vandaag gerealiseerd of zit het in de pijplijn. Er werd een Kinderopvang (De Spetter) uitgebouwd in de voormalige Pastorij, er werden werken uitgevoerd aan Spelewei en Zigzag, er werd geld uit het toenmalige Sociaal Impulsfonds aangewend voor speelpleintjes in de wijken en er wordt doorgewerkt met een fuifzaal.



Onze eerlijke conclusie is dan ook dat er in de Merksplasse Gemeenteraad inderdaad weinig over het inhoudelijke van het Jeugdbeleid gediscuteerd wordt. Dat is zo omdat de fundamentele zaken en beleidskeuzes in dat Jeugdbeleid al jaren geleden uitgetekend zijn.

In deze legislatuur wordt er gewerkt aan de realisering en uitdieping van wat door de vorige legislatuur gestart werd. Uiteraard worden er ook eigen accenten gelegd. Zo is men nu bezig met de internationale contacten tussen de jongeren.
Maar mag het verbazing wekken dat de besprekingen van het Jeugdbeleid in de Gemeenteraad op grote eensgezindheid kunnen rekenen? Is het vreemd dat de oppositie weinig fundamentele vragen gaat stellen bij de zaken die ze destijds grotendeels zelf gestart is?

De oppositie in de Gemeenteraad van Merksplas kiest er voor het Jeugdbeleid vooruit te helpen waar het kan. Wij verwachten dialoog met de Jeugd over de zaken die hen bezig houden. Zoals al eens eerder gezegd zijn de contacten met de leiding van de Jeugdraad op dat vlak veelbelovend.

Uiteraard blijven wij expliciet vragende partij om mee te mogen discuteren over alle grote beleidskeuzes. En laat dit duidelijk zijn: op dat vlak mag het gerust wat méér zijn.


Dit zijn de overige artikels die bij dit onderwerp passen.