U bent hier: Actua









    Registreren
Email-adres:

Afdrukbare versie

Afdrukbare versie zonder foto's

Structuurplanning van nabij opgevolgd - 12-06-2006

CD&V-Merksplas neemt deel aan een regionale werkgroep in verband met de afbakening van de natuurgebieden en de landbouwgebieden in de Noorderkempen. De werkgroep is een initiatief van ons Vlaams Parlementslid Tinne Rombouts. Vanuit CD&V-Merksplas participeren we aan deze vergaderingen omdat er ook voor onze gemeente belangrijke zaken in het verschiet liggen.

De Vlaamse overheid is immers volop bezig met de afbakening van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV). Dat is geen eenvoudige zaak. Specifiek de afbakening van de "gele gebieden" (landbouw) en de "groene gebieden" (natuur) is een heikel gegeven omdat deze twee sectoren wel eens met mekaar in de clinch durven te gaan.



De doelstellingen voor heel Vlaanderen zijn duidelijk. Voor het zogenaamde buitengebied moeten er 750.000 ha agrarisch gebied afgebakend worden. De sector natuur krijgt 150.000 ha, wat een vermeerdering is met 38.000 ha. Er moeten ook 53.000 ha bosgebied afgebakend worden, een uitbreiding met 10.000 ha. Bovendien worden de verschillende functies in 150.000 ha met mekaar verweven. Deze verweving mag voor maximaal 70.000 ha in agrarisch gebied liggen.

Er is al een beetje werk verzet. In een eerste fase werd immers het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) afgebakend, ook in Merksplas. Het gaat in de praktijk voor heel Vlaanderen over 86.500 ha groene gebieden die zonder discussie buiten de agrarische gebieden liggen. Het VEN ligt definitief vast sinds juli 2003. CD&V protesteerde in het Vlaams Parlement tegen het feit dat het VEN afgebakend werd, zonder dat tegelijkertijd ook agrarische gebieden afgebakend werden.



Na de verkiezingen van 2004 kwam CD&V mee in de Vlaamse Regering en werd in het nieuwe regeerakkoord voorzien dat het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen uitgevoerd zou worden én dat de afbakening van de "gele" en "groene" gebieden tegelijkertijd zou verlopen. CD&V wilde ook dat 2/3 van de "gele" gebieden op de gewestplans, "geel" (dus agrarisch) zouden blijven.

Bleek echter dat dit met de voorziene procedures niet zou lukken tegen 2007. Daarom werd een vernieuwde aanpak voorzien. Vlaanderen werd opgedeeld in 15 regio's. Twee daarvan dienen als pilootproject. Onze regio is uiteraard de regio Noorderkempen. De regio bestaat uit de gemeenten Arendonk, Baarle-Hertog, Beerse, Brecht, Essen, Hoogstraten, Kalmthout, Malle, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels, Rijkevorsel, Turnhout en Wuustwezel.

In elke regio volgt men een zelfde procedure om het proces van afbakening rond te krijgen. De werkzaamheden voor onze regio zijn gestart in maart 2006.

De bedoeling is uiteraard tot een afbakening te komen waar zoveel mogelijk betrokkenen zich in kunnen vinden. Om tijd te winnen wordt ook gewerkt met de techniek van de "herbevestiging". Daarvoor baseert men zich op het gewestplan. Zoals gezegd beloofde CD&V aan de sector landbouw te streven naar 2/3 herbevestiging van de huidige agrarische structuur.



Uitgangspunt van de planning is dat er eerst een globale visie moet zijn en dat de afbakening zelf pas later volgt op basis van die visie. Onder leiding van de Administratie Ruimtelijke Planning (ARP) mogen gemeenten, provincies en belangengroepen adviezen geven in de zogenoemde startfase. Eén van de eerste zaken die in dit verband aan de orde zijn is een vragenlijst die de gemeenten moeten invullen voor 30 juni 2006. De antwoorden op de gestelde vragen moeten dan vervolgens leiden tot een zogenoemde verkenningsnota. De timing is dat die er begin 2007 moet zijn. De regio Noorderkempen zal daartoe opgedeeld worden in deelgebieden en de visies op alle aspecten zullen naast mekaar gezet worden. Er zijn voor dit proces ook kaarten beschikbaar.

De gemeente moet op deze verkenningsnota schriftelijk reageren. Het strekt uiteraard tot aanbeveling dat de gemeente zeer duidelijk is in wat ze denkt en wil en dat dit standpunt zo goed mogelijk onderbouwd is met de meningen van al de bevoegde plaatselijke belangengroepen en adviesraden. Het lijkt ook zeer logisch dat de eigen gemeentelijke structuurplannen als basis dienen voor de mening van de gemeente.

Als de verkenningsnota er is, volgt er een zogenoemd programma voor uitvoering en overleg. In deze fase splitst men de zaken in twee delen. Enerzijds is er het programma voor uitvoering. Daarin zitten de gebieden waarover men het eens is geraakt én de gebieden die in de huidige status herbevestigd zijn. Een omzendbrief regelt dit deel van de procedure.



Moeilijker zal het allicht worden met het tweede luik. Anderzijds is er immers het zogenoemde programma voor overleg. Daarin zitten de gebieden waarover tussen landbouw en natuur geen akkoord bestaat. De administratie Ruimtelijke Planning (ARP) zal hierin ook de leiding nemen en de partners bijeen brengen in verschillende samenstellingen en onderhandelingsvormen.

Als alles goed gaat, moet dit leiden tot de volgende fase: de opmaak van de gewenste ruimtelijke structuur en de opmaak van een programma om die uit te voeren. De discussie hierover verloopt strikt en uitsluitend schriftelijk.

In de uitvoeringsfase tenslotte, zitten uiteraard de gebieden die herbevestigd zijn in hun huidige staat. Bovendien worden er voor de andere gebieden Ruimtelijke Uitvoeringsplannen (RUP) gemaakt. Kennelijk is het ook zo dat het besluit van de hele procedure kan zijn dat de Vlaamse Regering akte neemt van het feit dat een consensus niet mogelijk is.



Vanuit de regio Noorderkempen kijken we natuurlijk zeer geïnteresseerd naar de eerste ervaringen met dit proces van planning. Zo blijkt dat er in de regio Haspengouw - Voeren 63% van de huidige agrarische gebieden herbevestigd is. Dat zijn 41.000 van de 65.000 ha. In de regio Kust - Polders - Westhoek is 77% van de landbouwgebieden herbevestigd. Daar betreft het 95.200 van de 124.000 ha.

Daarentegen werd in de regio Neteland slechts 29% van de landbouwgebieden herbevestigd. Daar zal de discussie dus nog een tijd doorgaan. Voor onze eigen regio is de verwachting dat het ook wel eens moeilijk zou kunnen worden.

De werkgroep discuteerde ook vrijuit over de kansen op succes en te verwachten problemen. Zo werden er fundamentele vragen gesteld bij het hele opzet. CD&V-Merksplas is het met een paar andere gemeenten eens, dat de gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen de basis moeten zijn van de besprekingen. Voor Merksplas is er ook het belangrijke gegeven dat wij al een belangrijk proces achter de rug hebben in verband met de ruilverkaveling. Laat ons dus voor Merksplas niet opnieuw moeten beginnen!

Dat lijkt echter allemaal niet zo vanzelfsprekend. Het is dan ook te hopen dat de gemeenten niet verplicht zullen worden, dubbel werk te leveren nadat ze vaak al veel energie gestoken hebben in de opmaak van hun eigen structuurplan.

CD&V volgt de zaken op en houdt de buitenwacht zeker op de hoogte van de evoluties.


Dit zijn de overige artikels die bij dit onderwerp passen.